Diversiteit & Inclusie in 2040

Gepubliceerd op 4 december 2020 om 17:23

Uit enthousiasme stak ik mijn hand op om ambassadeur Diversiteit en Inclusie te worden. Daarna dacht ik pas na. Ik probeerde wat ideeën op papier te zetten. Over onder andere modern families, een vrouwelijke premier en gendersensitief testen van medicijnen. Ik vond het moeilijk om - buiten de vraagstukken van vandaag - in toekomstbeelden te denken. Ergens zat een blokkade. 

Stiekem hoop ik namelijk dat genderemancipatie m/v is opgelost in 2040. Er geen arbeidsmarktdiscriminatie van niet-witte Nederlanders meer is.  Én we in 2040 toch wel klaar zijn met binair denken? Goed, laten we er vanuit gaan dat in Nederland het loonverschil tussen mannen en vrouwen voor eens en voor altijd is aangepakt, onze democratische vertegenwoordiging een afspiegeling is van de Nederlandse bevolking en producten in de winkel genderneutraal zijn. 

Wat is in 2040 dan nog het strijdtoneel? En daar liep ik vast. Ik wilde niet niet nadenken over wie achtergesteld zal worden in 2040: nu eerst de emancipatie van vrouwen, LHBTQIA+, mensen met een beperking, en dan in 2040 de emancipatie van… ja wie komt als laatste op de prioriteitenlijst?  

Ik las de toekomstbeelden onder Diversiteit en Inclusie nog een keer. Ook de toekomstbeelden hebben de strekking ‘Dit is logisch in 2040’ of ‘Dit is al opgelost in 2040’. Blijkbaar was het bij het vormgeven van deze toekomstbeelden ook al een uitdaging om op dit thema zo ver in de toekomst te denken. Als we geen strijdtoneel voor kunnen stellen – hoe kunnen we dan nadenken over diversiteit en inclusie in 2040? Als we het nu al lastig vinden een verkiezingsprogramma op te stellen voor 2040 op het thema diversiteit en inclusie  – hoe kunnen we dan wél nadenken over deze vraagstukken op de lange termijn? 

Intersectionaliteit voor sociaal-liberalen

Een theoretisch kader kan ons helpen bij het toekomstdenken. Voor mij is dat de politieke vertaling van het academische en activistische begrip intersectionaliteit. BIJ1 verkondigt luid en duidelijk waarom zij deze manier van denken essentieel vinden, maar binnen D66 blijft het stil. Onterecht. Want intersectionaliteit is niet het monopolie van BIJ1, maar het kan juist een denkkader geven voor andere politieke partijen. Vooral een sociaal-liberale partij.  

Het begrip intersectionaliteit werd eind jaren ’80 voor het eerst gebruikt door de juriste Kimberlé Crenshaw. Zij wijst ons op de verschillende systemen van onderdrukking die wereldwijd bestaan. Denk aan seksisme, kapitalisme en racisme. Deze vormen van onderdrukking manifesteren zich zelden alleen, maar mengen zich waardoor ze samen komen op een kruispunt (‘intersection’). Wanneer deze systemen botsen als auto’s op een kruispunt, is het lastig om te zeggen welk systeem de hoofdschuldige is. Crenshaw gaf daarbij het voorbeeld van zwarte vrouwen in de Verenigde Staten: zij lijden zowel onder seksisme als racisme, en verdienen vaak ook aanzienlijk minder dan andere bevolkingsgroepen. Een mix van onderdrukking is aan zet. 

Het intersectionele denken gaat dus voorbij aan zwart-wit-denken en rechtlijnige causaliteit. Ieder van ons wordt bevoordeeld en benadeeld op geheel eigen wijze. Kleur, geslacht en sociale klasse zijn factoren die het eerste in je opkomen. Maar er zijn ook andere intersecties die steeds meer aandacht krijgen: denk aan gezondheid, gewicht, leeftijd, taal, seksuele oriëntatie en nationaliteit.

Als sociaal-liberalen zouden we extra scherp moeten kijken naar wie er in de politiek niet gezien, gehoord of geloofd worden. Welke vraagstukken en problemen er ontstaan door intersecties van privilege en onderdrukking. We vinden het belangrijk dat eenieder zichzelf kan ontwikkelen en kansen krijgt. We zijn internationaal solidair en vinden dat de welvaart op een rechtvaardige manier moet worden verdeeld. We staan voor een open samenleving waar ieder mee kan en mag praten. De bril van intersectionaliteit verrijkt en verbreedt onze bril, probleemanalyse en handelingsperspectief. 

Verder lezen: Tien tips voor intersectioneel denken en doen van Emancipator.

Structurele verandering

Dit denkkader kan ons ook helpen bij het maken van beleid. Hoe worden onze ideeën vertaald naar de praktijk en wat zijn de effecten op verschillende bevolkingsgroepen? Ik denk dat we meer moeten kijken naar structurele verandering als we het hebben over diversiteit en inclusie.  

Een persoonlijk paradepaardje: Ik wil het niet meer hebben over vrouwen aan de top. Ik vind de discussie niet interessant, noch relevant. Zolang het in Nederland nog fiscaal beloond wordt dat we 1,5 baan per huishouden hebben, vrouwen meer emotional labour verrichten in een relatie, en dat we nog maar net 5 weken partnerverlof hebben – verandert er voor het grootste deel van de Nederlandse bevolking helemaal niets. 

Het gesprek over diversiteit en inclusie moet gaan over structurele verandering. Niet alleen in wet- en regelgeving, maar ook in mentale verandering in de maatschappij. Brede verandering die niet over een paar poppetjes aan de top gaat, maar die voor alle Nederlanders een echte emancipatie betekent. Bijvoorbeeld door de doorstroom van professionals van kleur naar managementfuncties, een fiscale bonus te geven aan vrouwen in het onderwijs en de zorg die fulltime willen gaan werken of het financieel toegankelijk houden van het hoger onderwijs. 

Rolmodellen zijn inspirerend én nodig. Maar wat er echt nodig is, is structurele verandering en daar zou de politiek ook altijd op in moeten zetten. Op maatregelen die impact hebben op zoveel mogelijk mensen. 

Verder lezen: De campagne Het Werkt Niet van WOMEN Inc.

Eerst naar binnen kijken

Tot slot: ik wil met jullie een kort uitstapje naar de retorica maken. Een van de drie basiselementen in de retoricaleer is de ethos. Als spreker moet je weten te overtuigen dat jij de aangewezen persoon bent om het verhaal te vertellen. Betrouwbaarheid, consistentie en geloofwaardigheid zijn hierin belangrijke waarden. Dat geldt ook wanneer je als politieke partij voorop wilt lopen op diversiteit en inclusie. 

Het gaat hierbij om een divers ledenbestand, de doorstroom van deze leden op de verschillende lijsten en de rolmodellen in de sleutelposities van de vereniging. Maar ook over toegankelijke communicatie, bijvoorbeeld door het verkiezingsprogramma in begrijpelijke taal en gebarentaal toegankelijk te maken (dit wordt al gedaan trouwens!). 

We moeten als D66, als politieke partij kritisch naar onszelf kijken om geloofwaardig te zijn. Hoe inclusief zijn wij? En wat kunnen we doen om te veranderen? Welke denkpatronen zitten ons nog in de weg? De partij moet werken voor iedereen. In de praktijk, op bijvoorbeeld een ledencongres, maar ook in voorgesteld beleid. Walk the talk.

Verder lezen: Het D66 verkiezingsprogramma Laat iedereen vrij, maar niemand vallen

Liang de Beer is een van de initiatiefnemers van Kabinet2040. Na de lancering is ze ambassadeur Diversiteit & Inclusie – een onderwerp dat haar nauw aan het hart ligt. Binnen D66 was ze bestuurslid van het Els Borst Netwerk en op dit moment nog steeds voorzitter van de Leidse afdeling en lid van het diversiteitsnetwerk van D66. Wil je meedenken? Neem dan contact op met Liang via info@kabinet2040.nl.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.