Leefomgeving

Als D66 gaan we voor stad én land. We zien Nederland als dichtbevolkte stadstaat, met afwisselend bevolkt stedelijk gebied en groen buitengebied. De overheid voert hierbij de regie. In 2040 heeft elke wijk voldoende buffer en recreatie groen, een goede (digitale) infrastructuur, en een woon én werkfunctie. De gebouwde omgeving is flexibel en circulair. In 2040 hebben we een Ministerie van Bouwen, Wonen en Ruimtelijke ordening. Door meerjarig samenwerkingen tussen marktpartijen en sociale instellingen hebben we een inhaalslag in wijkaanpak en noodzakelijke woningbouw gemaakt. We kennen in Nederland nog steeds geen getto's en met zo’n honderdvijftig jaar volkshuisvesting-ervaring blijven we een voorbeeld voor andere landen.


7. In 2040 wordt de gebouwde omgeving gecombineerd met aanzienlijk meer groenvoorzieningen.

Het versteende en verstedelijkte Randstad gebied is daardoor verdwenen, ten koste van de overvloed aan parkeerplekken en onnodig asfalt. Geen traditionele kantoortuin, geen ouderwets tuindorp maar een tuinstaat met hangende tuinen en groene daken. Dit beschermt huizen tegen de steeds warmer wordende zomers en zorgt voor een betere isolatie in de winter. Door de uitgebreide groenvoorzieningen en parken wordt het regenwater op een natuurlijke en efficiënte manier opgenomen in de grond, wat bijdraagt aan het oplossen van de inklinkende bodem en lage waterstanden. Buiten het stedelijk gebied wordt ingezet op grootschalig aaneengesloten natuurgebieden met bossen en heides.

 

8. In 2040 staan we voor een keuze: land of zee.

Klimaatverandering en zeespiegelstijging zijn ook in 2040 helaas nog relevant. Om ons land te beschermen tegen de alsmaar stijgende zeespiegel zijn er een aantal opties: we verplaatsen het stedelijk gebied naar het hoger gelegen oosten, we bouwen nieuwe drijvende stadsdelen in het westen op het water, of moeten we moeten toch in rap tempo de Noordzee gaan indammen.

 

9. In 2040 worden woningen modulair en flexibel gebouwd of verbouwd.

Een gezinswoning is niet langer de standaard en er is een grote vraag naar aanpasbare appartementen. De woningvoorraad is een afspiegeling van de behoeftes van de samenleving: in prijsklasse, grootte én de verhouding huur versus koop. De overheid, niet de projectontwikkelaars, is hierbij leidend. Woonhuizen zijn parttime werkplekken geworden. Doordat we meer digitaal werken is de behoefte aan thuiskantoren toegenomen. Een deel van de kantoren is omgebouwd tot woonruimtes en kantoren die er nog zijn compacter en beter verspreid over de stedelijke gebieden.

 

10. In 2040 zijn alle woon- en werkgebieden circulair en voor nieuwbouw gebruiken we duurzame constructies die zijn bedekt visueel aantrekkelijke zonnepanelen.

In 2040 is gas verleden tijd en zijn huizen zoveel als mogelijk zelfvoorzienend in hun elektriciteitsbehoefte. Daarnaast heeft elk huis en kantoor heeft een grijswatersysteem, om ons watergebruik te verminderen. Alle materialen die we gebruik in de bouw zijn biobased, zoals bijvoorbeeld hout, en daardoor herbruikbaar of afbreekbaar. De kringloop is daarmee rond en de flexibiliteit en modulariteit van de woningvoorraad toegenomen.

 

11.  In 2040 maken lokale ondernemers weer de dienst uit in de (online) winkelstraat en is er een ruim aanbod van woningen in voormalig winkelgebied.

Winkelen doen we zoveel mogelijk lokaal, wanneer iets in de buurt niet beschikbaar is winkelen we online. Shoppen bij grote internationale ketens die niet mens- en milieuvriendelijk produceren is na jaren ontmoediging verleden tijd. Jouw lokale winkelstraat vind je ook online en bezoeken doe je bijvoorbeeld via virtual reality. Duurzaam en eerlijk consumeren is immers het nieuwe normaal. Zo kan je ook in een stedelijk gebied zelf de proeftuin in om je groenten te plukken. Dit betekent niet dat de boerenmarkt uit het straatbeeld verdwenen is. Markten zijn er vaker, veelvuldiger en op meer plekken.

 

12. In 2040 voelen bewoners zich thuis in hun wijk en is voldoende plek voor ontmoeting in de publieke ruimte.

Door het afgenomen autobezit zijn minder parkeerplaatsen nodig. We spreken van leefstraten in plaats van verkeersstraten. De buurt is in balans, we kennen onze buren en leven in weerbare wijken. Door een plek te faciliteren in de directe woonomgeving waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en zichzelf kunnen ontplooien dragen we bij aan de weerbaarheid van bewoners en leefbaarheid van de buurt. Daarom heeft elke buurt verschillende ‘cultuurankers’: bibliotheken, theaters, buurthuizen en een plein, met groenvoorziening.

 

Klik hier om door te gaan naar de volgende toekomstbeelden en thema's!

 

Wil je ambassadeur worden op dit thema? Klik hier!